Waarom suikervrij eten niet over afvallen gaat

Vandaag wil ik graag een dilemma bespreken met jullie. Hoe leg ik nou helder uit dat mijn No Sugar Challenge wel over gezondheid gaat, maar niet over afvallen? Het staat als een disclaimer onderaan deze site dat je van mij geen #fitgirl foto’s hoeft te verwachten. Ook al kijk ik naar de lichamelijke effecten van een suikerloos dieet, ik ga expres niet op de weegschaal staan.

Vleeseters voelen zich nog wel eens ongemakkelijk in hun bijzijn, alsof ze zich moreel moeten verdedigen voor het feit dat er een vette plak salami op hun brood zit.

Ik heb geen oordeel over het suikergebruik van anderen. Ik onderzoek alleen de alomtegenwoordigheid van suiker in ons dagelijks leven, en het mogelijke effect daarvan op onze gezondheid. Zwaarlijvigheid kan een indicatie zijn van een gezondheidsprobleem, maar is niet het probleem zelf, hoe veroordelend ook onze maatschappij er vaak tegenover staat.

Een voorbeeld:

Als ik aan mijn basisschooltijd denk, denk ik aan Madonna playbacken met Wendy P. en Suzanne G , aan het dierenreddingsclubje dat ik had opgericht met Guido W.,  en aan de protestliederen die we in de klas zongen tegen zure regen.

Maar er komt ook een herinneringsflard langs die me nog steeds een vlaag buikpijn bezorgt:

Ik was in het documentatiecentrum op school waar ik een boekje had geleend voor mijn spreekbeurt. Waarschijnlijk iets over hamsters, vulkanen of onweer. Ik stond achter een kast met boeken en ving een conversatie op van een groepje jongens uit een hogere klas.

X: “Ik kan geen boek over hamsters vinden.”
Y: “Volgens mij heeft zij die net geleend.”
X: “Wie?”
Z: “Die dikke daar.”

Ik keek achter me. Niemand. Ze hadden het over mij. Ik was flabbergasted. Ik? Dik? Ja, ik had het Hollandsch welvaren uit mijn babytijd nog niet helemaal van me afgeschud, maar ik zag in de spiegel altijd iemand met de allure van een prinses, een ballerina, een dierenredder. Ik had glanzend bruin haar, vrolijke ogen, en droeg een overgooier met een gave trein erop. Maar in hun ogen was ik vooral ‘dik’.

Terugkijkend is het vooral pijnlijk dat het woord ‘dik’ met negatieve connotatie zo ingeburgerd is in het vocabulaire van jongens van amper zeven, acht jaar. Ouders en leerkrachten kunnen kinderen daarom niet vroeg genoeg leren dat er maar één dik is, en dat is Dikkie Dik.

Auteur en twitterpersonality Anke Laterveer, iemand die ik bewonder om de manier waarop zij de wereld en zichzelf beschrijft, maakte vorige week een draadje waarin ze dit alles veel beter verwoordt.

(Voor de niet-twitteraars: een draadje is een conversatie met jezelf als voornaamste gesprekspartner, waar anderen op elk moment kunnen aanhaken en kunnen uitstappen).

Hieronder een samenvatting.

Je hoort en leest het dus overal: dikke mensen zijn lui, ongezond en eten de hele dag troep. Stoppen ze daarmee, dan vallen ze vanzelf af.

Ik vind mezelf leuk en mooi, maar daar moet ik elke dag heel hard mijn best voor doen. Steeds weer herhalen dat ik goed ben zoals ik ben.

En daarom gaat de No Sugar Challenge dus niet over afvallen.

Dank je wel, Anke. (Even wat free publicity: koop haar boek Lefbek of volg haar op twitter via @ankelaterveer voor een dagelijkse dosis mededogen, oprechtheid en zelfrelativering).

Toevoeging 8/8: een leuke reactie van Guido W. van de dierenreddingsclub:

Moraal van dit verhaal: bedenk je drie keer voor je wat zegt over een ander, want het kan grote impact hebben zonder dat je het misschien doorhebt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *