Decemberdilemma: mogen oliebollen wel of niet?

Het oliebollenseizoen begon al vroeg dit jaar. Eind september was ik met vriendin F. bij een try-out van de  oudejaarsconference ‘Omdat we het waard zijn‘ van Dolf Jansen en Louise Korthals. Theater de Meervaart was al in oudejaarsstemming met oliebollen en champagne. (Tip: de Meervaart in Osdorp programmeert veel goede voorstellingen die ‘binnen de ring’ al meteen uitverkocht zijn)

oliebollen en champagne Meervaart
Oliebollen en champagne in september in theater de Meervaart

Het publiek was al zo’n weemoedige ‘Wat is het jaar toch snel gegaan, het lijkt elk jaar wel sneller te gaan’-stemming dat er een stormloopje op de oliebollen ontstond. Weliswaar beschaafd, we waren tenslotte in het theater, maar de oliebollen voorzagen overduidelijk in een behoefte aan troosteten.

Wij hebben alleen de lucht opgesnoven, dat typische mengsel van poedersuiker en bakvet waar je meteen blij van wordt.

(Nog een tip: De  oudejaarsconference is vanaf 30 december 20.15 uur gratis te bekijken op het Youtubekanaal van Dolf Jansen)

De allereerste, onverwachte oliebollenproef had ik dus doorstaan.

Midden december kwam de volgende proef, ook weer uit onverwachte hoek. Ik was ergens waar iemand spontaan met een zakje nog warme oliebollen aan kwam zetten. Het liep tegen lunchtijd, en ik dacht: ‘Nou, eentje voor de smaak dan, dat mag best’.

Sowieso blijft het lastig om spontane, aardige gestes te weerstaan. Mijn eerder geleerde les blijft dus essentieel: vertel aan iedereen in je buurt op voorhand dat je geen suiker eet, dan krijg je het ook niet aangeboden.

Mijn andere excuus, een oliebol proeven voor de smaak, ging ook niet op. De AD oliebollentest mag er anders over denken, maar in essentie is de smaak van één oliebol de smaak van alle oliebollen. En die verandert niet door de jaren heen. Soms kom je een verdwaalde volkorenoliebol tegen, maar ik zie nog nergens quinoa-oliebollen, wasabi-oliebollen of gojibes-oliebollen met chiazaad. Maar de smaak van deze oliebol zat dus al lang en breed opgeslagen in het geheugen van mijn smaakpapillen.

Toch bleven de oliebollen me tergen tijdens de rest van de decembermaand me, meer dan van pepernoten of van kerstkransjes.

Toen kwam NRC op 28 december met een opmerkelijke factcheck: ‘Oliebol bevat minder calorieën dan een eierkoek‘. Aanleiding was een tweet van journalist Rianne Meijer (tip drie: volg haar op twitter, al was het maar om haar gedicht over het roosteren van pijnboompitjes).

 

Hieronder is de conclusie van NRC, de argumentatie kun je in het artikel lezen:

Oliebollen bevatten per 100 gram mínder calorieën en koolhydraten dan eierkoeken. Ook zitten er iets meer vezels in, maar vier keer zo veel is overdreven. Oliebollen bevatten wel meer vet dan eierkoeken, maar daarover repte journaliste Meijer niet. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.

Zoals de vaste lezers weten, gaat mijn No Sugar Challenge niet over calorieën tellen of afvallen, maar ik werd door deze factcheck wel op het idee gebracht om het suikergehalte van oliebollen na te gaan. Ik dacht dat er één basisrecept bestond, maar alleen al op Smulweb staan 352 recepten van oliebollen.


Opvallend is dat de meel-suikerverhouding veel lager is dan bij cake of taart. Mijn standaard cakerecept bevat 200 gram suiker op 250 gram meel. Een ander type basisdeeg is harde wener deeg. Dat kun je gebruiken voor bijvoorbeeld appeltaart.  De verhouding meel-suiker is standaard 3 : 1. Op 300 gram meel gebruik je dus 100 gram suiker.

Bij de 352 recepten op Smulweb zag ik gemiddeld 50 gram suiker op een kilo bloem. Dat is dus een verhouding 20 : 1. Eigenlijk zijn oliebollen dus heel erg low-sugar! Ik zag zelfs recepten zonder suiker (met rozijnen).

Dat kwam goed uit, want later die dag kwam vriendin F. lunchen. Ze had een zak oliebollen meegenomen met rozijnen. ‘Dat is vast een van de recepten zonder suiker’, kon ik toen tegen mezelf zeggen.

Je kunt OurSugarSweetLife volgen op Facebook.

Via het formulier hieronder abonneer je je op de nieuwsbrief met altijd de drie meest recente artikelen:

Je mailadres:
Je voornaam of voorletters:
Je achternaam: