Gaat er wel eens een dag voorbij zonder Verkade kinderkoekjes?

Dorakoekjes Verkade

‘Nee, hoor, we geven Morris geen snoep, hij krijgt een Dorakoekje’.  Voor wie de Verkade Dorakoekjes niet kent: dat zijn kinderkoekjes per twee verpakt in een zakje met het gezellige tekenfilmfiguurtje Dora erop.

Prima als ouders hun kind een Dorakoekje willen geven, maar het valt mij op dat ouders vaak in de veronderstelling verkeren dat de speciaal op kinderen gerichte snackproducten een soort van gezond zijn. Een redelijk verantwoord tussendoortje om het kind door de vieruurdip heen te helpen, minder saai van smaak dan een rijstwafel, soepstengel of stuk komkommer.

Spongebob, ook een kinderkoekje van Verkade
Spongebob, ook een kinderkoekje van Verkade

Ik hoor het wel vaker in de wandelgangen van het kinderdagverblijf of bij de zwemles. ‘Hier, neem maar een Nijntjekoekje’. Ouders denken dat ze hun kinderen daarmee een redelijk gezond alternatief bieden voor snoep, maar je kunt Morris net zo goed direct een suikerklontje geven, want zo’n zakje met twee Dorakoekjes bevat 5 gram suiker. Dat is net iets meer dan een suikerklontje.

Het schijnt dat ze in de supermarkt ook nog eens op kinderhoogte liggen. Een collega-moeder klaagde tenminste dat ze bij de kassa altijd minstens vier clandestiene pakken kinderkoekjes moet verwijderen uit het winkelwagentje.

Zoon L. en dochter C. nemen ze wel eens mee van het kinderdagverblijf, als een jaarclubgenoot getrakteerd heeft. Misschien omdat ze het thuis niet krijgen, maar ik zie ze zelden zo intens gelukkig als wanneer ze een zakje Dorakoekjes mogen opeten. Een geluk dat 2 seconden duurt.

Iedereen mag van mij hele pakken Dorakoekjes of Spongebob leegeten, maar ik zou graag het misverstand de wereld uit helpen dat ze gezond zijn. Leve de soepstengel!

Merci dat jij van suiker bent

Merci Storck

Man P. had een doos Merci gekregen als bedankje voor zijn vrijwilligerswerk in de buurt. Ferrero Rocher was Merci, daar droomde ik als kind van. (Reclame werkt dus echt, de filmpjes met het liedje ‘Merci dat jij er bent’ zitten sinds de jaren negentig vastgebeiteld in mijn hersenen).

Zo’n stralende oma die van haar kleinkind zo’n luxe cassette met acht ‘verschillende chocoladespecialiteiten’ overhandigd krijgt en daarbij kijkt alsof ze een klomp goud in ontvangst neemt. Ik wou dat kleinkind zijn.

Inmiddels heb ik in allerlei hoedanigheden Merci in ontvangst mogen nemen. Meestal in iets minder hemelse, maar net zo welgemeende omstandigheden. Denk aan een aandoenlijk naar de grond kijkende snuffelstagiair of een groep vrijwilligers in een zaaltje met TL-verlichting.

Merci alle smaken Storck
‘Enjoy piece by piece our carefully selected high quality chocolates, delicate fillings and unique recipes’

Hazelnoot-praliné. Melkchocolade. Amandel-hazelnoot. Melk-praliné. Pure chocolade. Marsepein. Pure chocolademousse. Mokka-room. Welke smaak is jouw favoriet? Mijn favoriete smaak was marsepein.

Afgaande op de lege verpakkingen is Man P. het meest gecharmeerd van de hazelnoot-praliné. De melkchocolade vindt hij duidelijk te gewoontjes.

Merci, een merk van de Duitse fabrikant Storck, is met zijn tijd meegegaan. Je kunt ringtones downloaden van het Merci-lied, een verpakking bestellen met je eigen foto erop en bijpassende wallpapers installeren op je computer of telefoon.

merci-wallpaper-voor-je-humor-desktop
‘Voor je humor’-wallpaper voor de bureaubladachtergrond op je computer. Er is ook ‘Voor je glimlach’ en ‘Voor je vertrouwen’.

Kijk ik naar de ingrediëntenlijst op de verpakking, dan zie ik suiker vooraan staan. Dat betekent dat suiker het hoofdbestanddeel is van de ‘chocoladespecialiteiten’.

De voedingswaardetabel bevestigt dat. Van elke 100 gram Merci die je eet, is 48 gram pure suiker. Per reepje is dat 7% van de totale hoeveelheid suiker die je op een dag binnen mag krijgen; tweeënhalf suikerklontje. De ‘luxe geschenkdoos’ van Man P. bevat 32 reepjes. Niet allemaal achter elkaar opeten dus, s’il vous plaît.

UPDATE 20-02018
Ik vroeg via het klantenserviceformulier op de website van Merci of zij ook overwegen om hun producten wat minder gesuikerd te maken. Dit is het antwoord:

mail klantenservice Merci
mail klantenservice Merci: niet gespecialiseerd in (suikervrije) alternatieven

Merci schrijft dat de samenstelling van hun chocolade niet anders is dan die van andere ‘vooraanstaande chocoladeproducten en -merken’. Met andere woorden: ze kijken naar concurrerende merken en zullen pas met iets nieuws komen als andere fabrikanten dat ook doen. Zou er dan helemaal geen verdienmodel zijn voor minder gesuikerde ‘vooraanstaande chocoladeproducten’?

Met deze traktatie kun je dus best aankomen bij een groep kleuters

mandarijnen traktatie

En weer was het traktatietijd op school. De vorige keer waren het chocolademuizen geworden. Het is dat ik uitgebreid over die traktatie geschreven heb, anders zou ik die faux pas graag voor altijd in de doofpot hebben stopt.

Nu had ik de kans om het goed te maken, en wél een originele, en gezonde traktatie te knutselen waarmee zoon S. indruk zou maken in zijn klas.

Maar ik voel een blokkade opkomen zodra ik eraan denk dat ik iets in elkaar moet priegelen dat enigszins overeenkomsten vertoont met het voorbeeld. Misschien komt het door de surprises die we vroeger maakten van papier maché. In mijn fantasie maakte ik de mooiste en grootste surprise van de klas.

In de praktijk was het behangplaksel uitgesmeerd op de tafel en op mijn kleren, liepen de verfkleuren lelijk uit omdat het plaksel nog niet droog bleek,  en zaten de krantenpapiersnippers vastgeplakt aan mijn vingers.  Mijn moeder wist er uiteindelijk iets toonbaars van te maken.

Na mijn vorige blog over mijn zoektocht naar een maakbare, gezonde schooltraktatie, bleek onder meer ouders animo voor een creatieve traktatieservice. Er heeft zich alleen nog niet zo’n service gemeld.

Daarom heb ik zelf maar een traktatie bedacht: mandarijnen. Zoon S. zei in eerste instantie: ‘Mandarijnen, dat is geen traktatie, die eten we elke dag’. Daarin had hij in zekere zin gelijk, maar hij had de Speciale Toevoeging nog niet gezien: satéprikkers met daarop een gekleurde, papieren flamingo, appel of peer.

 zoon S mandarijnen

En zoon S. ontdekte een extra feature: er zat een stukje crêpepapier in, zoals bij slingers. Dat kon je uitrekken en omvouwen tot een rondje, zodat er een 3D-effect ontstond.

whatsapp traktatie
Positief-kritische feedback van zus S. op de traktatie

‘s Middags kwam hij thuis met rode wangen en een lege uitdeelschaal.  Hij was langs de klassen gegaan met zijn traktatie en had van de juffen een enorme kaart gekregen met een poes erop. Iedereen had de prikkers met 3D-functie volgens hem ‘vet kicken’ gevonden.

 

Poes in een broek op een reuzenverjaardagskaart
Poes in een broek op een reuzenverjaardagskaart

 

Decemberdilemma: mogen oliebollen wel of niet?

Het oliebollenseizoen begon al vroeg dit jaar. Eind september was ik met vriendin F. bij een try-out van de  oudejaarsconference ‘Omdat we het waard zijn‘ van Dolf Jansen en Louise Korthals. Theater de Meervaart was al in oudejaarsstemming met oliebollen en champagne. (Tip: de Meervaart in Osdorp programmeert veel goede voorstellingen die ‘binnen de ring’ al meteen uitverkocht zijn)

oliebollen en champagne Meervaart
Oliebollen en champagne in september in theater de Meervaart

Het publiek was al zo’n weemoedige ‘Wat is het jaar toch snel gegaan, het lijkt elk jaar wel sneller te gaan’-stemming dat er een stormloopje op de oliebollen ontstond. Weliswaar beschaafd, we waren tenslotte in het theater, maar de oliebollen voorzagen overduidelijk in een behoefte aan troosteten.

Wij hebben alleen de lucht opgesnoven, dat typische mengsel van poedersuiker en bakvet waar je meteen blij van wordt.

(Nog een tip: De  oudejaarsconference is vanaf 30 december 20.15 uur gratis te bekijken op het Youtubekanaal van Dolf Jansen)

De allereerste, onverwachte oliebollenproef had ik dus doorstaan.

Midden december kwam de volgende proef, ook weer uit onverwachte hoek. Ik was ergens waar iemand spontaan met een zakje nog warme oliebollen aan kwam zetten. Het liep tegen lunchtijd, en ik dacht: ‘Nou, eentje voor de smaak dan, dat mag best’.

Sowieso blijft het lastig om spontane, aardige gestes te weerstaan. Mijn eerder geleerde les blijft dus essentieel: vertel aan iedereen in je buurt op voorhand dat je geen suiker eet, dan krijg je het ook niet aangeboden.

Mijn andere excuus, een oliebol proeven voor de smaak, ging ook niet op. De AD oliebollentest mag er anders over denken, maar in essentie is de smaak van één oliebol de smaak van alle oliebollen. En die verandert niet door de jaren heen. Soms kom je een verdwaalde volkorenoliebol tegen, maar ik zie nog nergens quinoa-oliebollen, wasabi-oliebollen of gojibes-oliebollen met chiazaad. Maar de smaak van deze oliebol zat dus al lang en breed opgeslagen in het geheugen van mijn smaakpapillen.

Toch bleven de oliebollen me tergen tijdens de rest van de decembermaand me, meer dan van pepernoten of van kerstkransjes.

Toen kwam NRC op 28 december met een opmerkelijke factcheck: ‘Oliebol bevat minder calorieën dan een eierkoek‘. Aanleiding was een tweet van journalist Rianne Meijer (tip drie: volg haar op twitter, al was het maar om haar gedicht over het roosteren van pijnboompitjes).

 

Hieronder is de conclusie van NRC, de argumentatie kun je in het artikel lezen:

Oliebollen bevatten per 100 gram mínder calorieën en koolhydraten dan eierkoeken. Ook zitten er iets meer vezels in, maar vier keer zo veel is overdreven. Oliebollen bevatten wel meer vet dan eierkoeken, maar daarover repte journaliste Meijer niet. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.

Zoals de vaste lezers weten, gaat mijn No Sugar Challenge niet over calorieën tellen of afvallen, maar ik werd door deze factcheck wel op het idee gebracht om het suikergehalte van oliebollen na te gaan. Ik dacht dat er één basisrecept bestond, maar alleen al op Smulweb staan 352 recepten van oliebollen.


Opvallend is dat de meel-suikerverhouding veel lager is dan bij cake of taart. Mijn standaard cakerecept bevat 200 gram suiker op 250 gram meel. Een ander type basisdeeg is harde wener deeg. Dat kun je gebruiken voor bijvoorbeeld appeltaart.  De verhouding meel-suiker is standaard 3 : 1. Op 300 gram meel gebruik je dus 100 gram suiker.

Bij de 352 recepten op Smulweb zag ik gemiddeld 50 gram suiker op een kilo bloem. Dat is dus een verhouding 20 : 1. Eigenlijk zijn oliebollen dus heel erg low-sugar! Ik zag zelfs recepten zonder suiker (met rozijnen).

Dat kwam goed uit, want later die dag kwam vriendin F. lunchen. Ze had een zak oliebollen meegenomen met rozijnen. ‘Dat is vast een van de recepten zonder suiker’, kon ik toen tegen mezelf zeggen.

Je kunt OurSugarSweetLife volgen op Facebook.

Via het formulier hieronder abonneer je je op de nieuwsbrief met altijd de drie meest recente artikelen:

Je mailadres:
Je voornaam of voorletters:
Je achternaam:

 

Suiker in China: gerookte mandarijnen en supermangoshakes

Chinese mandarijnen op ijs

Hoe zit het met suiker in China? Op bezoek bij vriendin L. in Guangzhou kwam ik het volgende tegen:

De traditionele snoepvariant: gerookte mandarijnen
Door toevoeging van suiker maak je fruit langer houdbaar. Ik denk dat op die manier de eerste soorten snoep zijn ontstaan. Tijdens een stadswandeling door Guangzhou kwamen we langs een winkel met honderden zakken met noten en snoepfruit.

Shoppen in Guangzhou
Shoppen in Guangzhou

Het werd een grote zak met zachte, gerookte mandarijntjes. Op de foto hierboven zie je ze nog in een blik liggen. Het is aan de onderkant geperforeerd en zo gaat het op een smeulend vuur. Kruiden en suiker erbij en klaar is je snack.

Afrekenen snoepmandarijntjes China
Vriendin L. vraagt in het Chinees naar de prijs van de zak mandarijntjes

Waarom een hipster zijn als je ook een hipstar kunt zijn?

In China is de verpakking bijna net zo belangrijk als de inhoud. Deze Hipstars chocolade zal het goed doen onder de kerstboom dit jaar:

Chocola in supermarkt, Guangzhou, China
Op de Brad Pitt & Angelina Jolie-variant hadden ze wel wat korting mogen geven, of wordt het juist een collector’s item?

Glimmende groente

Met een halogeenspotje erop oogt ook een knoestige zoete aardappel als een begerenswaardig culinair sieraad, zeker als-ie is ingepakt in fonkelend cellofaan.

Groente en fruit in plastic, China
Plastic wordt in China nog niet apart opgehaald en gerecycled

Fruit: een totaalexperience

In de betere supermarkt staan hoge tafeltjes met barkrukjes, waar je stukjes van allerlei soorten fruit kunt proeven. Een medewerker staat voor je klaar om de cloche open te schuiven. Ik zag diverse mensen alle tafeltjes afgaan en dan quasi nonchalant de ronde opnieuw beginnen. Waarom ook niet?

Supermarkt, Guangzhou, China
Fruit als delicatesse, met bijbehorend prijskaartje

Kinderen: zoet en hartig

Voor de kinderafdeling geldt ook: de snoepbeleving begint bij het plaatje. In tegenstelling tot het Nederlandse snoepassortiment kun je bij de meeste verpakkingen niet naar binnen kijken. Ik heb dus niet echt kunnen ontdekken wat Chinese kinderen precies snoepen, behalve als er een Engelse vertaling beschikbaar was. En dan zag ik vooral jelly beans, die ik in het Nederlands zou omschrijven als ‘gekleurde, gelachtige minicapsules gevuld met opgedroogde, zoete gelei’.

panda jelly beans China
Jelly beans, in Nederland nooit echt doorgebroken als snoepgoed, zag ik wel veel in Chin

Voor kinderen zijn er ook hartige snacks. Een topper in het assortiment is de floss van gedroogd varkensvlees. Het zijn gedroogde, donzige sliertjes varkensvlees met een zoetig smaakje. Met een beetje fantasie doet het inderdaad aan candy floss (suikerspin) denken.

Kindersnack in Guangzhou, China
De hartige varkensvlees-suikerspin original of met wortelsmaak

On the go: supermangoshakes

In de winkelstraten zie je met name zoete concept-snackshops voor volwassenen. Een persoonlijke favoriet van vriendin L. is de mangoshakeshop. Ze maken er verse mangoshakes met niks dan mango, en, oké, een toef slagroom erbovenop, indien gewenst. Leuk detail is de toevoeging van de stukjes mango.

Supermangoshake China Guangzhou
Supermangoshake in Guangzhou, China. Zelfs voor twee personen aan de overdadige kant.

Dit wordt het in 2018: Japanse thee-snoep

Voor de echte snoeptrends en visie op de snoeptoekomst, moet je natuurlijk bij de Chinese millennials en Generatie Z zijn. Die zag ik in de winkelcentra in rijen voor de Japanse Matcha-kraam staan. Matcha is kort gezegd Japanse groene thee in poedervorm. Alle bijzondere gezondheidseffecten en de eeuwenoude rituelen rond het bereiden van deze thee (met een garde van bamboe) laat ik voor nu even buiten beschouwing.

macha ijs China
Macha-ijs: een kruisbestuiving tussen gezondheidsgoeroe Rens Kroes en Janny van Heel Holland Bakt

Je kunt kiezen uit matcha-tompouces, matcha-petit fours, match-pannenkoeken, matcha-tiramisu en zelfs matcha-tosti’s. Ik durf te voorspellen dat deze trend van semi-gezond lekker binnen twee jaar ook naar Nederland komt.

Starbucks: onontkoombaar

Voor buitenlandse toeristen zoals ik zijn de varkensvleessnippers en gerookte mandarijntjes leuk om te fotograferen, maar wat echt in opkomst is: de Starbucks. Alleen al in Shanghai schijnen meer dan 600 vestigingen van Starbucks te zijn. Ook in de Starbucks die wij bezochten in Guangzhou stonden mensen in de rij voor een Latte en een New York cheese cake. Misschien die binnenkort serveren met een topping van pork meat floss?

Foto bovenaan de pagina: mandarijnen op ijs, geserveerd als dessert van het huis in een restaurant in Beijing.

Hoe slappe excuses een suikervrije traktatie blokkeerden

Cupcake pixabay

Watermeloenlollies. Ninja Turtle appels. Een dolfijnbanaan. Op internet zijn honderden leuke ideeën te vinden voor een suikervrije traktatie.

Vriendin J. heeft voor mij ooit de standaard gezet met 25 (!) appelmannetjes die haar dochter A. uitdeelde toen ze vijf jaar werd. Ze hadden een grote mond met tanden, uitgesneden uit een appel. Hun gezicht bestond uit zonnebloempittenpasta en de ogen waren schijfjes radijs met een minuscuul puntje dropveter.

Toen zoon S. mocht trakteren op school, was dat dus het concept waar ik aan dacht. Officieel hield zijn school een gezond traktatiebeleid aan, maar gezien de enorme schalen cupcakes die ik regelmatig voorbij zag komen, werd er een oogje dichtgeknepen.

Prima, maar ik…pardon, zoon S., zou laten zien hoe het anders kan.

A post shared by Miriam (@miriamophof) on

Alleen, toen de traktatiedag dichterbij kwam, begon ik er meer tegenaan te hikken, vooral vanwege de tijdsinvestering versus het verwachte rendement.

Ik dacht terug aan mijn zelfgebakken low-sugar volkoren madeleines van kastanjemeel die zoon S. eerder had meegekregen toen hij aan de beurt was om koekjes uit te delen. Toen ik hem kwam ophalen van school, zag ik een flink aantal half opgegeten koekjes in de prullenbak liggen. Zoon S. deed vrolijk na hoe sommige kinderen hadden gedaan of ze braakneigingen kregen. Achteraf gezien was het recept misschien iets te experimenteel voor vier- en vijfjarigen.

 

Hoewel hij er niet onder gebukt leek te gaan, wilde ik mijn kind niet nog een keer in verlegenheid brengen met een traktatie waar zijn klasgenoten van over hun nek gaan.

De appelmannetjes van vriendin J. leken me perfect om een nieuwe standaard te zetten en ons geen-suiker-opvoedingsbeleid uit te dragen. Ik moest alleen voor de ingrediënten naar verschillende winkels en het snijden en plakken zou nachtwerk worden, maar dat had ik natuurlijk wel over voor mijn zoon.

Saar wordt vandaag 2! 🎈🎂 Traktatie voor het KDV goed gelukt 🍌👍. #gezondetraktatie #loweffort #werkendemoeder

A post shared by Monique van Zundert (@movanzundert) on

De tijd verdichtte zich echter snel. Opeens had ik nog maar een dag de tijd. En dat bleek zo’n dag van sjouwen door de stad, met en zonder kinderen en zwemspullen, van afspraak naar afspraak. Toen ik voor de derde keer die dag natregende op de fiets, werd het idee van de gecompliceerde appelmannetjes doorgeschoven naar volgend jaar.

De bananendolfijntjes leken me een prima alternatief. Ik hoefde alleen maar 25 bananen te halveren (en bananencake te maken van de 25 restjes) en te decoreren.

Alleen: het uitdelen stond gepland om kwart voor negen. Anderhalf uur later eten de kinderen fruit dat ze van huis hebben meegenomen. Vaak is dat een banaan. Zouden de klasgenootjes een banaandolfijn geen suffe, non-feestelijke traktatie vinden?

A post shared by Stefanie (@stefaniejansen) on

En zo gebeurde het dat ik bij het Kruidvat om 17.55 uur een enorme berg chocolade muizen met glimpapier scoorde. Ook nog eens een stuk goedkoper dan fruit. Ik legde de muizen op een leuke schaal zodat het nog wat leek. De klasgenootjes waren euforisch, zoon S. liep met een gelukzalige blik in zijn ogen rond met de schaal.

De volgende keer neem ik een dag vrij van werk, huur ik een oppas in voor de kinderen, sluit ik me op in de keuken en dan wordt die traktatie echt suikervrij.

 

Zoet nieuws! Our Sugar Sweet Life heeft nu een eigen Facebookpagina waar je alle nieuwe berichten vindt (je hoeft alleen even de pagina te liken).

Ben je meer van het type nieuwsbrief, dan kun je je hieronder aanmelden voor de tweewekelijkse update.


Je voornaam of voorletters:
Je achternaam:

 

 

 

Suikerbijlage bij NRC: geen biet aan

NRC infographic uit de suikerbijlage

Wat vind jij van de suikerbijlage bij de zaterdagkrant van NRC? Een aantal lezers van Oursugarsweetlife was benieuwd naar mijn ‘oordeel’. Daarover kan ik kort zijn: als je suiker zo opdient, leest het als een platgewalste suikerbiet die eenzaam op de weg ligt, nadat-ie vers geoogst van een bietenwagen is gevallen.

Het begint al met een naargeestige biet op de cover. Met zijn geknakte loof en de donkere aarde waarop deze coverbiet ligt, is het onduidelijk of hij zojuist is uitgegraven of ten grave wordt gedragen. Tegelijkertijd doet hij met zijn witte denken aan een getrokken kies.

Het lijkt een onheilspellende verwijzing naar pagina 11, waar we lezen: Feit of fabel: Suiker is slecht voor je gebit. Kinderen van vier leren dit al bij de schooltandarts, maar voor het antwoord wordt een hoogleraar Preventieve Tandheelkunde aangerukt om het vermoeden te bevestigen:

“Dat is een feit”, zegt Cor van Laveren, hoogleraar Preventieve Tandheelkunde aan het ACTA. 

Het is een van de weinige negatieve suikereffecten die onomwonden worden bevestigd, zal later blijken.

Branded Content, mag dat? 
Eerst even over het fenomeen XTR, zoals NRC zijn commerciële bijlages bij de zaterdagkrant noemt, uitgevoerd door de afdeling Branded Content. In dit geval is de opdrachtgever Royal Cosun (ooit opgericht als bietentelerscoöperatie, nu een concern met o.a. Aviko en Suiker Unie), met medewerking van Suiker Unie, Kenniscentrum Suiker en Voeding (gefinancierd door Suiker Unie), en Platform Suiker en Voeding (waarin Royal Cosun en Suiker Unie vertegenwoordigd zijn). Je kunt dus wel zeggen dat tout suikerwereld hierover heeft meegedacht.

Niet alle lezers zitten daarop te wachten bij hun zaterdagkrant. Maar allez, met een vergrijsd abonneebestand richten kranten zich op dit soort inkomsten om te overleven, en het salaris van hun onderzoeksjournalisten te betalen.

Is het ethisch verantwoord? In het colofon staat de disclaimer dat de inhoud niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van NRC valt. Dat is slim, maar dat ontslaat de krant natuurlijk niet van morele verantwoordelijkheid voor wat je de lezer onder jouw vlag opdient. De term ‘commerciële bijlage’ staat in iets te kleine letters op de cover van het katern, maar opmaak en lettertypes wijken af van NRC-huisstijl. Je mag van lezers wel verwachten dat ze voldoende media-wijs zijn dat ze dat kunnen doorzien, of moet Loeki de Leeuw weer van stal gehaald worden?

Het is wel ironisch dat juist de betalende abonnees die de krant al steunen, deze themaspecial ontvangen. Ik doe daarom een oproep aan alle nieuwsjunks: sponsor nou allemaal tenminste één nieuwsmedium naar keuze in de vorm van een lidmaatschap, dan kunnen wij verder overal gratis online lezen tot onze hersens uit elkaar barsten van de informatie-overload.

 

De inhoud: suikerzoet of bittere waarheid?
Voedselnieuwsplatform Foodlog wijst erop dat in de week dat ‘NRC zich liet betalen voor een commerciële bijlage over suiker als een niet ongezond ingrediënt’ eerder het nieuws naar buiten kwam dat de suikerindustrie in de VS onwelgevallige resultaten onderzoek naar de negatieve effecten van suiker, onder het tapijt had geveegd. Als spin doctor van de Suiker Unie zou ik in mijn nopjes zijn met deze timing. Slechte pr moet je immers altijd proberen te downplayen met eigen, minder slecht nieuws.

De 12 pagina’s Suiker zijn gevuld met tijdschriftformatklassiekers als ‘Suiker door de eeuwen heen’, een infographic ‘Hoe verloopt het proces van suikerbiet tot kristalsuiker’ en natuurlijk het onmisbare ‘feit of fabel’, waarin wat hardnekkige volksgedachten als ‘suiker veroorzaakt diabetes’ of ‘suiker is verslavend’ voor eens en voor altijd worden aangepakt.

Nee, suiker veroorzaakt geen diabetes, zegt een emeritus hoogleraar van Maastricht University subiet (pag 11), om vervolgens uit te leggen dat het ‘beeld veel complexer is’ en dat suikerconsumptie kan leiden tot overgewicht dat uiteindelijk kan leiden tot diabetes type 2.

Lezers worden zo met een woordenbrij in een vredige slaap gesust, alsof ze een beker warme melk met honing toegediend kregen.

Opvallend vaak wordt de bal bij de consument gelegd, ook weer met breed uitgesmeerde teksten als:

“Om te beginnen: zoete smaken worden gewaardeerd. De voedingsmiddelenindustrie zoekt goed uit wat mensen lekker vinden en stemt dan de producten af op de gemiddelde smaak. Je hoort regelmatig het verwijt dat er te veel suiker in producten zit, maar dat is een beetje dubbel. Want als het weggelaten wordt, komen er klachten dat het niet meer goed smaakt of gaan mensen het zelf toevoegen. Hetzelfde geldt trouwens voor zout. Ik ben van mening dat dat allebei wel wat minder kan, maar het kan het beste geleidelijk worden verlaagd.” (pag. 4, ook online te lezen: wat doet die suiker in mijn brood)

Deze uitspraak komt niet van een trotse Suiker Unie-directeur of overenthousiaste communicatie-adviseur van Royal Cosun, maar van een buitengewoon hoogleraar Dairy Science & Technology van de Wageningen University.

Nog een uitspraak, van een andere emeritus hoogleraar, ook van Wageningen University, nadat hij eerder gepleit heeft voor waardevrij onderzoek waarvan de resultaten hoe dan ook gepubliceerd worden, ongeacht de uitkomst of de financier:

“Er wordt een ‘schuldige’ gezocht voor het obesitasprobleem en de gezondheidsconsequenties zoals diabetes. Suiker is een gemakkelijk target. Goeroes, sociale media, radio, tv, tijdschriften en kranten pakken ‘rijp en groen’ op. Daardoor ontstaan hypes en misvattingen. 

Suiker is dus het slachtoffer van een heksenjacht, van demonisering waar de media weer eens aanstichter van zijn. Je zou bijna een extra suikerklontje in je koffie doen, als een stille steunbetuiging, aan het steeds drukker wordende verdomhoekje van alcohol, sigaretten, dieselauto’s en stilzitten.

Hoe wordt het opgediend: is er een bladendokter in de zaal?

De traditionele ingrediënten van een magazine zijn afgevinkt: afwisseling kort-lang, interview met expert, de eerder genoemde uitlegverhalen en Ditjes & Datjes, en een ‘zo had je suiker nog nooit gezien’-verhaal: studenten in Eindhoven verwerkten suikerbiet in de carrosserie van een elektrische auto.
Maar nergens is er een knipoog, een berg slagroom waar je als lezer in duikt, of een zoete taart waar je tandglazuur van springt. De desolate biet op de cover bleek een adequate vooraankondiging van de grauwsluier die over deze bijlage hangt.

Ook de human interest verandert dat niet. Arwin Bos was advocaat op de Zuidas, maar nam het bietenbedrijf van zijn ouders over. Een verhaal met alle potentie van een ‘Terug naar de natuur’- en ‘Volg je hart’-boodschap waar kantoortijgers en negen-tot-vijf-werkers van dromen als ze voor de zesde keer zijn natgeregend in het woon-werk-verkeer of als Excel is vastgelopen.

Van dit interview blijven echter vooral termen als ‘rotatieteelt’, ‘stabiel inkomen’ en ‘gespecialiseerd in aardappelen’ hangen. Relevante informatie voor telers en lezers van agrarische media, maar als gewone lezer wil ik Arwins liefde voor de biet en de buitenlucht voelen, ruiken, proeven.

Bietenteler Arwin Bos. Foto uit NRC XTR, fotograaf onbekend.
Bietenteler Arwin Bos. Foto uit NRC XTR, naam fotograaf onbekend.

De fotografie is adequaat, maar wat afstandelijk en meer gericht op het product dan op de mens, terwijl ik me beter kan identificeren met een gedreven maker, dan met een berg bieten of een lopende band met amandelspijs, of te wel ‘ambachtelijke banketgrondstoffen waarin suiker verwerkt is’. Via de mens kom je tot het middel, niet andersom.

En nog een les, die ik zelf leerde van oud-collega’s en datajournalisten Winny de Jong en Adriana Homolova: heb je meer dan twee data, maak er een grafiek van.  Dat is in het blok hieronder duidelijk niet gebeurd:

cijfers over suiker
Bron: NRC XTR, Wat doet die suiker in mijn brood? 

Door deze databrij zien we bijna niet meer wat er niet staat: dat de gemiddelde Nederlander elke dag meer suiker eet dan volgens de richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie en het Diabetesfonds gezond is.

Hoe kan het dan wel?

De driehoeksverhouding krant-lezer-adverteerder blijft een lastige. De klassieke advertentie uit de tijd van Don Draper en zijn Mad Men was zo gek nog niet, zolang redactionele vrijheid niet beknot werd door zelfscensuur om adverteerders niet weg te jagen.

NRC XTR Don Draper quote: make it simple, but significant

Er zijn ook andere manieren om je als suikerindustrie te profileren. Geef een beurs aan jonge fotografen, video-artiesten of illustratoren om onafhankelijk aan de slag te gaan met het thema suiker. Het is aan henzelf om te bepalen of ze daar pragmatisch of principieel zijn in het aannemen van geld om nieuw werk te kunnen maken.

Over suiker is genoeg te vertellen, in woord en beeld. In 2012  kwam Noorderlicht met het fotoproject The Sweet and Sour Story of Sugar. Topfotografen schoten in meerdere landen fascinerende beelden van immense machines tot kinderen met suikerspinnen. Een  visueel fantastisch project, dat ook de keerzijde van suikerconsumptie liet zien.

Suikerbiet of niet? Indonesië, Carl de Keyzer. Foto van website Noorderlicht
Indonesië, Carl de Keyzer. Foto:  Noorderlicht.

Het Stedelijk Museum Schiedam brengt op dit moment een tentoonstelling om van te smullen: Sticky Business, de verleiding van suiker in de kunst onder gastcuratorschap van fooddesigner Marije Vogelzang. De expositie wordt mede gefinancierd door het Diabetesfonds, maar ‘de kunstenaars zijn niet voor of tegen suiker’. Onafhankelijk of niet, het wordt in ieder geval lekkerder opgediend.

Gemeentemuseum Schiedam Sticky Business
Foto: Gemeentemuseum Schiedam

De illustratie boven dit artikel is afkomstig uit XTR en toont het proces van biet tot suikerklontje.  

**NIEUW**: Our Sugar Sweet Life heeft nu een eigen Facebookpagina waar je alle nieuwe berichten vindt . Like of volg de pagina om op de hoogte te blijven van nieuwe artikelen. 

 

Wil je liever altijd de drie meest recente artikelen in je mailbox? Abonneer je dan op de nieuwsbrief:


Je voornaam of voorletters:
Je achternaam:

 

 

 

Bij de tandarts: minder suiker, meer tandpijn

Tandarts Toothbrush, Pixabay Creative Commons

Hebben jullie dat ook, dat je de twee dagen voordat je naar de tandarts gaat, ineens extra goed gaat poetsen en tandenstoken? Alsof dat nog het verschil gaat maken tussen wel of geen gaatjes.

Ik ben dus zo iemand die dat doet, en deze keer bij de jaarlijkse tandartscontrole nog meer. Ik had namelijk de laatste tijd onbewust minder goed gepoetst, omdat bepaalde tanden dan wel kiezen pijnsignalen afgaven als ik eroverheen borstelde.

Volgens Man P. kwam dat omdat ik mijn tanden te lijf ga als een vieze vloer die je schrobt met groene zeep en ouderwetse borstel met stugge haren. Maar ook toen ik mijn tanden fluweelzacht ging behandelen, bleef de pijn.

Van de weeromstuit ging ik minder lang (en ik geef toe, minder goed) poetsen, waarna ik visioenen kreeg van rijen gaatjes en een teleurgestelde tandarts.

Dus nog maar eens extra goed gepoetst en getandenstookt in afwachting van het vonnis.

Geen gaatjes! Maar hoe kan het dan, vroeg ik de tandarts: ik eet minder suiker, maar ik heb meer pijn aan mijn tanden.

En toen zei hij iets waardoor ik het gevoel kreeg dat hij helderziend is. Hij vroeg naar mijn eetpatroon:

  • Drink je verspreid over de dag meerdere koppen groene thee
  • Eet je verspreid over de dag fruit of zoetige groente
  • Eet je vaker kleine beetjes over dag, in plaats van drie maaltijden met flink aantal uren pauze ertussen
  • Neem je ‘s avonds een paar uur na het eten nog een bakje yoghurt

Sinds ik met de No Sugar Challenge ben begonnen, is het antwoord op alle vragen: ja. Ik ‘graas’ wat meer door de dag heen en neem ‘s avonds laat yoghurt (met muesli, rozijnen en noten) in plaats van Oma’s Cake.

“Ik zeg dit niet als voedingsdeskundige”, zei mijn tandarts, “maar vanuit je tanden bezien is dat noodlottig. Thee, fruit, yoghurt, melk, het bevat allemaal zuur dat het glazuur van je tanden aantast. Poets je meteen na het eten?”
Ik twijfelde tussen een eerlijk antwoord en het sociaal gewenste antwoord, maar gelukkig bleek het eerlijke antwoord het goede antwoord. “Als je meteen poetst na zo’n zuuraanval, tast je het glazuur nog meer aan.”

Wie had dat ooit gedacht, deze schaduwzijde van een gezond eetpatroon. Er moeten in Amsterdam en omstreken veel #fitgirls rondlopen met zere tanden.

Alpro kokosnootdrink: hoeveel krijgt de kokosboer van die 2,29 euro?

Alpro kokosnootdrink

Onze koelkast heeft een nieuwe bewoner: Alpro Kokosnootdrink. Sinds de No Sugar Challenge heeft de cola van Man P. plaatsgemaakt voor een drankje dat ik één keer heb geproefd en omschrijf als ‘waterige melk met een Bounty-smaak’. Volgens Man P. is het het lekkerste wat er bestaat en zou hij het wel ‘altijd kunnen drinken’.

Kokosnootdrink lijkt inderdaad een redelijk alternatief voor standaard frisdrank. Het bevat geen toegevoegde suikers en telt zo’n 40 calorieën per glas (200 milliliter). De Coca-Cola die bij ons thuis in de ban is gedaan, levert 80 calorieën per 100 milliliter en 22 gram suiker (vijfeneenhalf suikerklontje).

 

Wat zit er eigenlijk in zo’n pak ‘kokosnootdrink’? De site van Alpro meldt:

Water, kokosnootmelk (5,3%) (kokosroom, water), rijst (3,3%), tricalciumfosfaat, stabilisatoren (carrageen, guarpitmeel, xanthaangom), zeezout, vitaminen (B12, D2), aroma’s.

Stel je even voor hoe die 5,3% kokos in die melk terecht is gekomen: iemand op de Filippijnen/Indonesië/Sri Lanka of Brazilië is speciaal voor jou in een palmboom geklommen om die kokosnoot te oogsten. Ik word al duizelig als ik op een keukentrapje sta, dus dit is voor mij al een heel wonderlijk besef.

Maar nu komt het: die kokosboer krijgt van een opkoper maximaal 15 cent per kokosnoot. Soms is het slechts 10 of zelfs 5 cent. En nee, 15 cent is op de Filippijnen niet ineens 5 euro waard. Het prijspeil ligt er weliswaar iets lager,  maar mensen leven er niet van de lucht.

Dat laat de Coca-Cola-test zien: op de Filippijnen kan de kokosboer een liter cola kopen voor 52 cent. In Nederland kocht Man P. voorheen zijn cola voor een literprijs €1,39.

Stel dat een boer of plukker razendsnel en veel klimt, dan verdient hij misschien wel 3 euro per dag. Daarvan kan hij 6 liter cola kopen.

In Nederland ligt het minimumuurloon voor een 15-jarige op €2,71. Dat is €21,68 euro per dag. Daarvan kan de vijftienjarige 15 liter cola van kopen.

De cola is dus wel goedkoper op de Filippijnen, maar de koopkracht van de boeren is een stuk lager dan die van de 15-jarige Nederlandse scholier met een bijbaan bij Albert Heijn.

Alpro kokosnootdrink commercial Gents Agency
Alpro kokosnootdrink, still uit de commercial van Gents Agency

Op de site en sociale media van Alpro vind je allerlei recepten en honderden #foodie foto’s van smoothies, soepjes, smeersels en shakes. Die foto’s worden duizenden keren geliket en van juichende comments voorzien. Een instastory over een mango-ricepop-toetje werd in drie dagen tijd 150.000 keer bekeken. In de comments geen enkele vraag of kritische noot over de herkomst van de kokos. Op de site meldt Alpro daar niks over, en op het pak kon ik ook geen landcode vinden.

Maar eigenlijk wil ik dus gewoon aan Alpro vragen, namens Man P.: hoeveel gaat er naar de kokosboer als je bij Albert Heijn voor €2,29 euro een pak kokosnootdrink koopt?

Deze instastory over een mango-ricepop-toetje werd in drie dagen tijd 150.000 keer bekeken.

Leestips:
Ben je niet zo’n kokosnootdrinkfan als Man P.? Toch is er een grote kans dat je onbewust behoorlijk wat kokos eet, want het zit in 5% van alle supermarktproducten. Er zit veel kokos verborgen in koekjes, ijs, koffiecreamer et cetera. Op de site van Fairfood lees je daar meer over en kun je ook een kokosnoodsignaal luiden. Fairfood heeft een pilotproject opgezet in Indonesië waarbij je via blockchain een kokosnoot kunt volgen van boom tot consument in Nederland.

In dit artikel van OneWorld uit 2014 lees je meer over kokos uit Sri Lanka, en bezoekt de auteur een kokosmelkfabriek in Colombo waar het belang van de werknemers voorop staat.

Drie alternatieven voor het Nationaal Schoolontbijt

Nationaal Schoolontbijt

Het Nationaal Schoolontbijt lijkt wel het nationale strijdtoneel. Kritische geluiden (ongezond, één grote marketingtruc) botsen op een met ERU Goudkuipje dichtgemetselde verdedigingslinie. De belangrijkste argumenten:  ‘Mogen onze kinderen niet eens meer een boterham met hagelslag eten?’ (1) en ‘Wat een onzin om daar discussie over te voeren’ (2).

Ad 1.: Hagelslag is nou net toevallig het product dat van het menu is geschrapt. Dat is al het geval sinds 2014, toen de richtlijnen van het Voedingscentrum zijn aangescherpt. Naar mijn bescheiden mening is dat symboolpolitiek, want kijk eens op het plaatje hierboven wat er wél op de nationale ontbijttafel staat. De jam, nee confiture, van Bonne Maman bevat 58 gram suikers (koolhydraten) per 100 gram. De Ruijter Hagelslag slechts ietsje meer (67 gram).

Ad 2.: elke discussie, of roep om verandering, kun je platslaan door te zeggen dat jij het geen onderwerp vindt om je druk over te maken. Maar dat jij persoonlijk iets niet belangrijk vindt, wil niet zeggen dat het niet belangrijk is voor anderen. Zo was het ook met de pietendiscussie. Voor veel mensen was het uiterlijk nooit een probleem, maar als dat een argument was geweest om dingen bij het oude te laten, dan hadden vrouwen nu nog steeds geen stemrecht en hadden we nog steeds een zesdaagse werkweek.

Ik snap het idee achter een Nationaal Schoolontbijt. Ik snap dat het belangrijk is om kinderen en hun ouders op een vrolijke manier mee te geven dat een goed ontbijt cruciaal is om de dag goed door te komen. Ik snap ook dat niet iedereen zit te wachten op een bak linksgedraaide gefermenteerde sojayoghurt met pompoenzaden tijdens het fotomomentje met de burgemeester of een BN’er.

t.b.v. PDR Den Haag 08/11/2017 Nationaal Schoolontbijt met kamerleden, Mauritshuis
Kinderen van een Haagse basisschool ontbijten met Kamerleden in het Mauritshuis

 

Ik snap dat het ook gaat om het plezier van samen eten, een moment samen voordat de dag begint. Bij ons thuis eten we havermout, op zich behoorlijk gezond, maar wel in de volgende setting: zonen L. en S. zitten samen aan de eettafel achter hun bakjes en nemen op hun manier de dag door. De baby wordt intussen eenarmig gevoerd in de keuken, terwijl de andere arm brood smeert, zwemspullen inpakt en havermoutklodders van colbertjasjes probeert te verwijderen. In die zin zou dat schoolontbijt ook best een life-changing evenement kunnen zijn voor onze kinderen.

Juist daarom is het een gemiste kans dat de invulling blijft hangen in een gemene deler van wat we in Nederland gewoontegewijs onder een ontbijt verstaan. Een kopje thee (er blijkt zelfs speciale Pickwick kinderthee te zijn), een boterham met smeerkaas of een bakje suikercruesli met yoghurt. Op schoolontbijt.nl lees ik dat groente en fruit nauwelijks aanwezig zijn op de ontbijttafel:

Schoolkinderen eten 1% van hun groente bij het ontbijt en 5% van het fruit. Om die reden halen ze vaak niet de dagelijks aanbevolen hoeveelheid groente en fruit. 

Ik zou zeggen: doe daar dan wat mee. Zorg dat ze vanaf het ontbijt meer groente gaan eten. Of probeer kinderen wat meer mee te geven over waar het eten vandaan komt en wie het voor ze maakt. Zonder belerend te zijn, kun je kinderen best wat vertellen over de wereld die schuilgaat achter de kokossnippers in hun cruesli. Hetzelfde geldt voor de milieu-impact van bepaalde producten op de ontbijttafel. Ook daar kun je spelenderwijs vanalles over vertellen.

Daarom alvast drie ideeën voor een alternatief Nationaal Ontbijt volgend jaar:

– Het Grote Groente- en Fruitontbijt:
Een lange tafel vol bakjes met schijfjes komkommer, tomaat, appels, bessen, het liefst zoveel mogelijk seizoensgebonden of gedroogd. Boterhammen en bergen satéprikkers om fruitspiesjes of complete fruitmannetjes mee te maken. Zul je eens zien hoeveel procent van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groente/fruit tijdens het ontbijt wordt genuttigd. (Lunchtip voor volwassenen: een boterham met plakjes kiwi).
Voordelen van dit ontbijt: kinderen leren dat een komkommer bij het ontbijt een legitieme optie is, veganistisch, lage CO2-voetafdruk

– Het Zinderende Zelfmaak-ontbijt:
Kinderen melden zich een uur vroeger dan normaal op school. Keukenschort of sloof ombinden en aan de slag. Er moeten pannenkoeken gebakken worden, er moeten eitjes gekookt, er moeten kikkererwten in de blender om er hummus van te maken en broodjes moeten belegd worden. De voorbeeld-broodbakmachine is de dag ervoor al gevuld en ingesteld, zodat het brood er deze ochtend alleen nog maar uitgehaald hoeft te worden en af te koelen. (De broodbakmachine zou ontploffen van een school met 300-500 kinderen, dus de rest van het brood komt van de bakker in de buurt)
Voordelen van dit ontbijt: kinderen worden langer beziggehouden, fotogenieke situaties met schijfjessnijdende BN’ers, kinderen beseffen nu ook dat hun dagelijkse ontbijt thuis niet zomaar uit de lucht komt vallen.

– Het ‘Wat ligt er nou op mijn bord’-Wereldontbijt
Kinderen mogen onderling kletsen, maar krijgen ook mini-colleges van koks, boeren en voedselondernemers. Er ligt niet alleen een boterham met jam op hun bord, maar misschien ook wel een snacksprinkhaan of een kromme komkommer. Zo krijgen de kinderen spelenderwijs en etenderwijs een idee van ingrediënten en van voedselsystemen op mondiaal niveau.
Voordelen van dit ontbijt:  Ik verwacht niet dat kinderen na een zo’n Wereldontbijt de volgende dag in de supermarkt zullen zeggen:  ‘Wist je dat er in die pot pindakaas palmolie zit van een plantage uit Indonesië waarvoor tropisch regenwoud is gekapt?’, maar ik geloof wel dat je iets van besef kunt kweken dat eten ergens vandaan komt.

Over pindakaas gesproken, hoe kan het dat ‘s Neerlands nationale trots en signature product ook niet in de canon van het Schoolontbijt is opgenomen?

 

Nationaal Schoolontbijt

A post shared by Basisschool De Zandhorst (@dezandhorst) on

 Bij alle drie de alternatieve schoolontbijtopties is plastic afval ook nog een ‘dingetje’. Niemand heeft zin om na afloop 300 borden af te wassen en het moet er ook leuk uitzien voor de foto. Ieder z’n eigen bord mee en van tevoren beschilderen in de klas? Of biologisch afbreekbare wegwerpborden van palmblad of rietsuikerpulp?

De foto’s bij dit artikel zijn persfoto’s van Nationaal Schoolontbijt.

Zoet nieuws! Our Sugar Sweet Life heeft nu een eigen Facebookpagina waar je alle nieuwe berichten vindt (je hoeft alleen even de pagina te liken).

Ben je meer van het type nieuwsbrief, dan kun je je hieronder aanmelden voor de tweewekelijkse update.


Je voornaam of voorletters:
Je achternaam: